Heggenroos / Rozenbottel (Rosa canina)
Iedereen kent de heggenroos. Maar slechts weinigen weten dat het een geneeskrachtige plant is. Deze rozenplant kan als struik tot drie meter hoog worden en tot 300 jaar oud worden. De heggenroos komt in het wild voor in Europa, West- en Noord-Azië en Noord-Afrika.
De artsen uit de klassieke oudheid waardeerden de vruchten van de hondsroos, de rode rozenbottels, bij infecties en ter versterking. Ook in de middeleeuwen stond de plant in hoog aanzien. Naast vitamine C (tot 2,4%) zijn carotenoïden, pectines, fruitzuren, looistoffen, galactolipiden en triterpeenzuren belangrijke bestanddelen van de vruchten.
Het hoge vitamine C-gehalte van de vlezige vruchten overtreft dat van citroen. Rozenbottels hebben daardoor een sterk antioxiderende, celbeschermende werking. De belangrijkste toepassingsgebieden voor rozenbottels in de volksgeneeskunde zijn griepachtige infecties, darmziekten, jicht en reuma, evenals urineweginfecties.
Rozenbottels worden tegenwoordig vooral gebruikt bij gewrichtsklachten. Ze hebben ontstekingsremmende eigenschappen. Bovendien ondersteunen ze de doorbloeding van de eindbloedvaten en hebben ze in uitgebreide klinische studies een positief effect bij artrose, doordat ze de collageenopbouw stimuleren en de afbraak van kraakbeen in de gewrichten remmen. Aan de inheemse rozenbottel worden daarbij even goede resultaten toegeschreven als aan de exotische duivelsklauw.